Liturgie dankdienst voor het leven van Jan de Wolf


      Luister live mee

De dienst is met beeld te volgen via kerkdienstgemist.nl of te beluisteren via kerkomroep.nl.

 


 

 

Liturgie

Dankdienst voor het leven van

Jan de Wolf

geboren te Zoutelande op 9 oktober 1931
overleden te Ens op 2 maart 2022

 

Protestantse Gemeente “De Zaaier” te Ens
dinsdag 8 maart 2022 om 11:30 uur

Voorganger: Lous Bosselaar
Ouderling van dienst: Tineke Dibbits
Diaken van dienst: Geertje Buitenhuis
Organist: Paul Buijnink

 

Bij het binnendragen luisteren we naar orgelspel:

Lichtstad met uw paarlen poorten, wondere stad zo hoog gebouwd. Nimmer heeft men hier op aarde ooit uw heerlijkheid aanschouwd

Heilig oord vol licht en glorie, waar de boom des levens bloeit
en de stroom van levend water door de gouden godsstad vloeit
Refrein: Daar zal ik mijn Heer ontmoeten; luisteren naar zijn liefdestem. Daar geen rouw meer en geen tranen, in het nieuw Jeruzalem

Schoon tehuis voor moede pelgrims, komend uit de zandwoestijn. Waar zij rusten van hun werken
bij de springende fontein

Wat een vreugde zal dat wezen straks vereend te zijn met Hem. In die stad met paarlen poorten, in het nieuw Jeruzalem

Woord van welkom

Votum en groet (staande)

Wij spreken uit dat onze hulp en onze verwachting is van God, onze Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft en niet laat varen het werk van zijn handen.
Genade voor ons en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer, in gemeenschap met de Heilige Geest. Amen.

Niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf. Wij leven en sterven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe. (naar Romeinen 14: 7-8)

Paaskaars
De kaars die u op het podium voor in de kerk ziet staan is aangestoken als symbool van de aanwezigheid van Jezus Christus die het Licht van de wereld is.
Op de liturgische tafel brandt een kaars die ons herinnert aan moeder en oma Hendrika Jacomina de Wolf-Cabboort: zij overleed op 20 augustus 2013.

Samenzang: Psalm 68: 10 (NH Bundel)
Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag,
Met zijne gunstbewijzen;
Die God is onze zaligheid.
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil;
Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,
Ons ’t eeuwig zalig leven:
Hij kan, en wil, en zal in nood,
Zelfs bij het naad’ren van den dood,
Volkomen uitkomst geven.

Gebed

Samenzang Opwekking 136
Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.
U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn, U laat nooit alleen.
Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.

Abba, Vader, laat mij zijn, Slechts van U alleen,
Dat mijn wil voor eeuwig zij D’uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer.
Laat mij nimmer gaan.
Abba, Vader, laat mij zijn Slechts van U alleen

Schriftlezing O.T. Psalm 68: 5-7, 20, 21 en 27
Zing voor God, bezing zijn naam, maak ruim baan voor Hem die door de vlakten rijdt. HEER is zijn naam!
Jubel als Hij verschijnt: vader van wezen, beschermer van weduwen, God in zijn heilig verblijf. God geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed. Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond. . . . Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons. Onze God is een reddende God, . . . bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood.
. . . Prijs God wanneer u samenkomt, prijs de HEER, u die aan Israëls bron bent ontsprongen.

Schriftlezing N.T. Romeinen 15: 4-7
Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Daarom, aanvaardt elkaar, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid van God.

Luisterlied (U mag meezingen) Lied 910 Liedboek

1 Soms groet een licht van vreugde
de christen als hij zingt:
de Heer is ’t die met vleugels
van liefde hem omringt.
Loopt alles ons ook tegen,
Hij zal ons ’t goede doen,
Hij geeft na donk’re regen
een mild en klaar seizoen.

2 Goddank, wij overdenken
’t geheim van onze Heer,
het heil dat Hij wil schenken,
dat nieuw is altijd weer.
Bevrijd van onze zorgen
begroeten wij de dag
en vrezen niet de morgen,
wat hij ook brengen mag.

3 Hij die met heerlijkheden
de leliën bekleedt,
zal ook zijn kindren kleden,
Hij kent ons lief en leed.
Geen schepsel wordt vergeten,
Hij houdt het al in stand,
die vogels geeft te eten,
Hij voedt ons uit zijn hand.

4 Al zal geen wijnstok dragen,
geen vijgenboom zijn vrucht,
al ligt het veld te klagen
onder een lege lucht,
God doet zijn hand toch open,
zijn lof krijgt stem in mij.
Daar ik op Hem mag hopen,
ben ik alleen maar blij.

Overdenking: een bescheiden mens

Luisterlied (u mag meezingen) Lied 477 (LvdK 1973)

1 Geest van hierboven, leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht!
Hemelse Vrede, deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen van grote dingen,
als wij ontvangen al ons verlangen,
met Christus opgestaan. Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven,
als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!

2 Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen
die naar U heten en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

Gedenksteen en levensboom:
Onze gemeente geeft aan de nabestaanden van de overledenen een witte steen. Op tafel ligt een steen met daarop de naam van Jan de Wolf. Deze steen wordt in onze kerk bewaard tot zondag voleinding 20 november 2022. Die zondag worden de overledenen uit onze gemeente, waaronder Jan de Wolf, herdacht en zal een kaars aan de paaskaars worden aangestoken. Na afloop van die dienst wordt de gedachtenissteen samen met de kaars aan de in de dienst aanwezige vertegenwoordiger van de familie overhandigd.
De steen zal in de levensboom worden gelegd
door Bart Zweers.

Gedicht Nu de nacht begint (A.F. Troost)
Nu de nacht begint
en stilte haar mantel heeft gespreid,
nu de dag ten einde is
en ik terugzie op een voltooide tijd,
bid ik U, mijn God, vergevingsgezind te zijn:

voor wat ik naliet goed te doen,
voor wat ik overbodig sprak,
voor wat ik onnadenkend dacht,
voor wat ik niet heelde,
voor wat ik verstoorde,
voor wat ik willens en wetens brak.

Nu de nacht begint
en stilte zich heeft uitgebreid,
nu de dag haar einde heeft
en ik mag rusten voor komende tijd,
bid ik U, mijn God,
ook morgen weer mijn bron van kracht te zijn:

om het goede handen en voeten te geven,
om het zwijgen liefdevol te oefenen,
om het denken zuiver te doen zijn,
om het helen tot taak te verheffen,
om het storende te vermijden,
om het gewonde te genezen.

Om het beeld van Christus te zijn.

Gebed

Samenzang: JdH 283
Vaste Rots van mijn behoud,
Als de zonde mij benauwt,
Laat mij steunen op uw trouw,
Laat mij rusten in uw schauw,
Waar het bloed, door u gestort,
Mij de bron des levens wordt.

Eenmaal als de stonde slaat,
Dat mijn lichaam sterven gaat,
Als mij ziel uit de aardsche woon,
Opklim tot des Rechters troon,
Rots der eeuwen, in uw schoot,
Berg mijn ziele voor den dood.

Dankwoord door Floor de Wolf

Bij het uitdragen: orgelspel “U zij de glorie”
1. U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend stromen daalde d’engel af,
heeft de steen genomen van ’t verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.

2. Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer,
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren blijde en welgezind
en zegt telkenkere: “Christus overwint.”
U zij de glorie, opgestane Heer.
U zij de victorie, nu en immermeer.

3. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
Die mij heeft genezen, Die mij vrede geeft?
In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en in dood
U zij de glorie, opgestane Heer.
U zij de victorie, nu en immermeer.

De dienst wordt voortgezet op de begraafplaats

 

Bij het graf lezen we Openbaring 21: 1 t/m 7

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ –
Toen zei Hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint vallen deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.

Jezus zegt:
Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven. (Johannes 11:25)

Zegenbede:
Laten wij dan gaan in de vrede van de Heer, zijn dag tegemoet. De HEER zegene ons en Hij behoede ons,
De HEER doe zijn aangezicht over ons lichten zij ons genadig, De HEER verheffe zijn aangezicht over ons en geve ons vrede. Amen.