Liturgie online eredienst oudejaarsavond 31 december 2020 – 19:30


      Luister live mee

De dienst is met beeld te volgen via kerkdienstgemist.nl of te beluisteren via kerkomroep.nl.

De liturgie voor deze dienst is via deze link ook als pdf te downloaden.

Liturgie 31 december 2020 aanvang 19:30 uur

“Prijs de Heer, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden”

Ouderling van dienst: Tineke Dibbits
Diaken van dienst: Klaas Pol
Organist: Theo Buijnink
Voorganger: Lous Bosselaar
Met medewerking van de zanggroep

Luisterlied: Stil, mijn ziel wees stil

Stil mijn ziel wees stil, En wees niet bang
Voor de onzekerheid van morgen.
God omgeeft je steeds Hij is er bij,
In je beproevingen en zorgen.
God U bent mijn God, En ik vertrouw op U
En zal niet wankelen Vredevorst vernieuw een
Vaste geest binnen in mij, Die rust in U alleen

Stil mijn ziel wees stil En dwaal niet af
Dwars door het dal zal Hij je leiden
Stil, vertrouw op Hem
En hef je schild tegen de pijlen van verleiding
God U bent mijn God…

Stil mijn ziel wees stil, En laat nooit los
De waarheid die je steeds omarmd heeft
Wacht, wacht op de Heer. De zwartste nacht
Verdwijnt wanneer het daglicht doorbreekt
God U bent mijn God… Ik rust in U alleen

Mededelingen en welkomstwoord

Aansteken Paaskaars

Votum en groet

Zingen: Liedboek 280

De vreugde voert ons naar dit huis,
waar ’t woord aan ons geschiedt.
God roept Zijn naam over ons uit
en wekt in ons het lied.

Dit huis van hout en steen, dat lang,
de stormen heeft doorstaan,
waar nog de wolk gebeden hangt,
van wie zijn voorgegaan.

Zal dit een huis, een plaats zijn waar,
de hemel open gaat,
waar Gij ons met Uw eng’len troost,
waar Gij U vinden laat.

Onthul ons dan Uw aangezicht,
Uw naam, die met ons gaat
en heilig ons hier met Uw licht,
Uw voorbedachte raad.

Dit huis slijt met ons aan de tijd,
maar blijven zal de kracht,
die wie hier schuilen verder leidt,
tot alles is volbracht.

Gebed

1e Schriftlezing: Johannes 1: 1-5 en 9-18

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. . . . .
Het ware licht, dat ieder mens verlicht, kwam naar de wereld. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet.
Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.

Zingen: Liedboek 90a

1 O God, Die droeg ons voorgeslacht,
in nacht en stormgebruis,
bewijs ook ons Uw trouw en macht,
wees eeuwig ons tehuis.

3 Gij zijt, van voor Gij zee en aard’,
hebt door Uw woord bereid,
altijd dezelfde, Die Gij waart,
de God der eeuwigheid.

5 De tijd draagt alle mensen voort,
op zijn gestage stroom;
ze zijn als gras, door zon verdord,
vervluchtigd als een droom.

6 O God, Die droeg ons voorgeslacht,
in tegenspoed en kruis,
wees ons een gids in storm en nacht
en eeuwig ons tehuis.

2e Schriftlezing: 103 Een psalm van David.

Loof de Here, mijn ziel, en al wat in mij is, zijn heilige naam; loof de Here, mijn ziel, en vergeet niet een van zijn weldaden;
die al uw ongerechtigheden vergeeft,
die al uw kwalen geneest,
die uw leven verlost van het graf,
die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
die uw ziel verzadigt met het goede,
zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend.

De Here doet gerechtigheid en recht aan alle verdrukten.
Hij maakte Mozes zijn wegen bekend, de kinderen Israëls zijn daden. Barmhartig en genadig is de Here, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid; niet altoos blijft Hij twisten, niet eeuwig zal Hij toornen; Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden;
maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.
Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons; zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.
Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn.
De sterveling – zijn dagen zijn als het gras, als een bloem des velds, zo bloeit hij; wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer. Maar de goedertierenheid des Heren is van eeuwigheid tot eeuwigheid over wie Hem vrezen,
en zijn gerechtigheid over kindskinderen, over hen die zijn verbond onderhouden, en aan zijn bevelen denken om die te doen.
De Here heeft zijn troon in de hemel gevestigd,
zijn koningschap heerst over alles. Looft de Here, gij zijn engelen, gij krachtige helden die zijn woord volvoert, luisterend naar de klank van zijn woord. Looft de Here, al zijn heerscharen, gij zijn dienaren, die zijn wil volbrengt.
Looft de Here, al zijn werken, aan alle plaatsen van zijn heerschappij. Loof de Here, mijn ziel.

Zingen: Liedboek 939: 1, 2 en 3

Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,
Stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht,
Leidt mij Uw hand, U blijft nabij.
Uw vrede diep, Uw liefde groot,
Verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament,
U bent de grond waarop ik sta.

U werd een mens, U daalde neer,
In onze pijn en schuld en strijd.
U droeg de last, verrezen Heer,
Die ons van elke vloek bevrijdt.
U sloeg de zonden aan het kruis
En brengt ons bij de Vader thuis,
Want door Uw bloed, Uw levenskracht,
Komen wij vrij voor God te staan.

Van eerste kreet tot laatste zucht,
Leef ik in U, en U in mij.
Geen boze macht, geen kwaad gerucht,
Niets is er dat mij van U scheidt.
Want U regeert, U overwint,
U neemt mij aan, ik ben Gods kind.
Totdat U komt, mij roept voorgoed,
Bent U het doel van mijn bestaan.

Overdenking
“Prijs de Heer, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden”
(met gebruikmaking van een eerdere preek van Ds. Kees van Dusseldorp)

Luisterlied: Hemelhoog 686

Leid mij, Heer, o machtig Heiland
door dit leven aan uw hand.
Ik ben zwak, maar Gij zijt machtig,
wees mijn Gids in ’t barre land.
Gij mijn Sterkte, Gij mijn Leider,
vul mij met uw Geest steeds meer,
vul mij met uw Geest steeds meer.

Laat mij zijn een Godsgetuige,
sprekend van U meer en meer.
leid mij steeds door uwe liefde,
groeiend naar uw beeld, o Heer.
Brood des levens, Brood des hemels,
voed mij dat ik groei naar U,
voed mij dat ik groei naar U.

Laat door mij uw levend water
vloeien als een klare stroom.
O, Heer Jezus, ’t wordt steeds later
dat uw Geest over allen koom’.
Machtig Heiland, mijn Verlosser,
kom, Heer Jezus, in uw kracht,
kom, Heer Jezus, in uw kracht.

Geloofsbelijdenis van Nicea
Wij geloven in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader vóór alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden. Ter wille van ons mensen en van ons behoud is Hij neergedaald uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en is een mens geworden. Hij is ook voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, heeft geleden en is begraven. Op de derde dag is Hij opgestaan overeenkomstig de Schriften. Hij is opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal in heerlijkheid weerkomen om te oordelen de levenden en de doden. En zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En één heilige, algemene en apostolische kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden.
Wij verwachten de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw. Amen.

Dankgebed

Slotzang: Liedboek 913

Slotlied wat de toekomst brengen moge
Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand.
Moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen,
Vader, wat Gij doet is goed.
Leer mij slechts het heden dragen
met een rustig kalme moed.

Heer, ik wil uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig hij, die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al uw luister,
als ik in de hemel kom.

Laat mij niet mijn lot beslissen,
zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen
als Gij mij de keuze liet.
Wil mij als een kind behand’len,
dat alleen de weg niet vindt.
Neem mijn hand in uwe handen
en geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.

Zegenbede

Uitleidend orgelspel: Liedboek 704

1) Dank, dank nu allen God
met hart en mond en handen
die grote dingen doet
hier en in alle landen
die ons van kindsbeen aan
ja van de moederschoot
zijn vaderlijke hand
en trouwe liefde bood

3) Lof, eer en prijs zij God
die troont in ’t licht daar boven
Hem, Vader, Zoon en Geest
moet heel de schepping loven
Van Hem, de ene Heer
gaf het verleden blijk
het heden zingt zijn eer
de toekomst is zijn rijk

Informatie over de collecten vindt u in het kerkblad; van harte aanbevolen